change language

Ancestral Mounds  

Grafheuvelonderzoek van de       
Universiteit Leiden      


Transfermarkt ook voor archeologen

door Maarten Wispelwey (gemeentearcheoloog van Apeldoorn)

De eerste week opgraven zit er weer op. Hoewel het weer niet meezat, bleef een ieder goed gemutst en waren de resultaten naar alle tevredenheid. Maar als je `s avonds tijdens een droog moment je werkbroek buiten te drogen hangt en je die na een kwartier natter naar binnen haalt dan die al was, kan een ieder zich voorstellen dat het leven van een archeoloog niet altijd zonneschijn en manegeur is. De studenten zijn in de buurt ondergebracht in een tweetal bungalows. De ene is ingericht als werkplaats en de ander als verpozingsruimte. Na een dag graven, is de dag voor de archeoloog nog lang niet om. Alle data moeten uitgelezen worden in de computer, dagrapporten moeten gemaakt worden, vondsten gedocumenteerd, fotolijsten bijgewerkt en digitaal gemaakt en ga zo maar door. Natte tekeningen hangen over de stoelleuningen te drogen, een tweetal laptops op tafel. De anderen houden zich bezig met boodschappen doen, koken, een weblog bijhouden en wat televisie kijken.

Iedereen in de bungalows weet hoe uniek dit onderzoek is en waarom men zich heeft opgegeven voor deze drie weken veldwerk. Met deze campagne op je cv kom je beter voor de dag. En mogelijk dat je straks met de grafheuvelervaring in je kontzak gevraagd wordt om in het buitenland een grafheuvelonderzoek te doen. Het is geen utopie. Na de eerste grafheuvelcampagne van vorig jaar, nabij de Echoput, is er internationale aandacht gekomen voor dit project. Hoewel er in Noordwest Europa tienduizenden grafheuvels aanwezig zijn en soms ook onderzocht, is het Apeldoornse onderzoek vernieuwend. Vooral de studie die gedaan wordt naar de directe omgeving van de grafheuvels (de context) levert zoveel nieuwe informatie op dat het verhaal dat in Europa wordt verteld achterhaald is en dus dat er een nieuw verhaal te vertellen is. Tegelijkertijd wordt het landschap middels analyse van pollenmonster (stuifmeelkorrels) gereconstrueerd. Zo weten we binnenkort veel meer over het landschap waarin grafheuvels zijn opgeworpen. Het is daarom niet verwonderlijk dat NWO drie aanvragen voor promotieonderzoek naar grafheuvels heeft gehonoreerd.

De internationale aandacht gaat zover dat David Fontijn dit jaar benaderd is door een Duitse Universiteit om in Duitsland een met Apeldoorn vergelijkbaar grafheuvelonderzoek te doen. Ze hebben gewoon geprobeerd hem weg te kopen! De transfermarkt voor archeologen is blijkbaar geopend. Nu staat Apeldoorn in de wetenschappelijke wereld al een paar jaar op de kaart, vanwege het voorkomen van de oudste typen grafheuvels van Europa. Van dit vroegste type zijn er bij het Uddelermeer een paar te vinden. Reden temeer om in Apeldoorn te blijven, want je kunt in onze gemeente alle typen onderzoeken.

De resultaten van de eerste week van deze campagne 2008 liegen er niet om. De drie heuvels die middels de reliëfkaart van het Aktueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl) vorig jaar zijn ontdekt, zijn inderdaad grafheuvels. Onder de heuvellichamen ligt nog het oude maaiveld, waarop de heuvels zijn opgeworpen. Tevens zijn er resten verbrand bot aangetroffen in de heuvels. Niet in de hoeveelheden als vorig jaar (1 crematie woog in totaal 3 kilo) maar toch. Naast de resten van verbrand bot is een klein aantal scherven gevonden van aardewerken potten van circa 3000 jaar oud. Of dat direct iets zegt over de datering van de grafheuvels hangt nog af van de context waarin de scherven zijn gevonden. Het kan namelijk gebeuren dat er door recente bodemingrepen (zoals het bewerken van de bodem met de bosploeg, iets dat op grote schaal in het verleden in het gebied van Kroondomein Het Loo is gebeurd) de bodem gemixt is en jongere vondsten in oudere lagen terecht zijn komen.

Ook het sleuvenonderzoek heeft resultaten opgeleverd. Er zijn veel donkere strepen waargenomen die parallel aan elkaar liggen. Hierin herkennen we de sporen van de bosploeg. Op een luchtfoto uit 1963 zijn deze in een groot gebied goed te zien. Op een bepaalde plek werd bij het graven van en profielputje ook een heel oud spoor gevonden. Het betrof een haardkuil uit de middensteentijd (ca 10.000 - 5300 voor Christus!). Dit is de periode waarin jagers / verzamelaars op de Veluwe achter het wild aanlopen en bosbessen plukken. Tijdens hun kortstondige verblijf maakten ze vuur en maakten ze werktuigen van vuursteen. Daarom vind je soms ook vuursteen splinters. Een dergelijk oud spoor is pas te herkennen zo`n 10 centimeter in de natuurlijke ondergrond. De natuurlijke ondergrond is de maagdelijk bodem en bestaat op de Veluwe vaak uit geel zand. Van boven af is hier in gegraven om bijvoorbeeld een paal voor een huis te planten. Naderhand vult het gat van de paal zich met donkere grond van boven. Daarnaast verkleurd de grond in de kuil door het verrotten van de paal zodat je makkelijk in het gele zand de paalkuilen kunt herkennen. Die steken namelijk als donkere vlekken zich af in de gele omgeving. Door de relatief hoge zuurtegraad van de bodem vervagen dit soort sporen met de jaren en zo komt het vaak voor dat sporen uit de midden steentijd pas op een dieper niveau zijn te zien. De bovenkant is namelijk net zo geel geworden als de natuurlijke ondergrond waarin het spoor zich bevindt.

Met deze wijze les sluiten we de eerste week af en hopen we komende week dat het mooier weer is en dat we weer interessante dingen vinden. We laten het u weten!

Meer informatie over de opgravingen van 2008 in Apeldoorn



Vrijdag 11 juli 2008


Highslide JS
Digitaal hoogtemodel (AHN) van de Veluwe (rood is hoog, en blauw is laag). Wanneer er verder wordt ingezoomd zijn hierop onder andere de grafheuvels te zien

© 2010 Ancestral Mounds Project, Universiteit Leiden -