Opgraving Apeldoorn dag 3: “Grafrovers in bos Kroondomein Het Loo!”
door Wouter Verschoof (student archeologie)
Negen juli 1834. In de vroege ochtend vertrekken drie mannen bij het krieken van de dag uit het dorpje Vaassen. Hun doel? Drie heuvels op het kroondomein. Aldaar aangekomen nemen ze de schop ter hand en beginnen te graven in de top van één van de heuvels. Ze zijn op zoek naar schatten, Germaanse urnen of misschien wel meer. Bij de juiste mensen leveren scherven misschien wel een knaak op! Constant staat er iemand op de uitkijk, lettend op het naderen van een jachtopziener. In stilte volgen vele uren graven. Rond de middag is er echter nog steeds niets gevonden. Vandaag hebben ze geen geluk. Na het roken van een pijpje vertrekken ze weer, een grote kuil achterlatend.
Negen Juli 2008. Nadat de zoveelste kruiwagen grond van de heuvel wordt gereden stijgen er enkele boze woorden boven de put uit. Op het vlak tekent een duidelijke kuil af. “Een roofkuil” wordt er teleurstellend geroepen. Met een beetje pech is de heuvel helemaal vernield. Het graven gaat gestaag door en niet veel later volgt er een vondst uit dezelfde verstoring, een pijpenkop. Deze komt waarschijnlijk uit de negentiende eeuw.
Tegen het eind van de middag wordt de kruiwagen weer in de keet gezet. Het vlak is verder verdiept, zo’n twintig centimeter lager. Gelukkig is de roofkuil verdwenen en gaat deze niet door tot het centrum van de heuvel, waar we eventueel nog een graf zullen aantreffen.
Wouter Verschoof heeft dit weblog geschreven en maakt deel uit van team 1 dat wordt aangevoerd door Quentin Bourgeois.
Quentin Bourgeois is één van de drie promovendi die zullen promoveren op het grafheuvelonderzoek van Apeldoorn. Hij zal zich met name richten op de ligging van de heuvels in het landschap. Waarom liggen de heuvels daar waar ze liggen? Zit daar een logica achter? Waarom liggen er heuvels in groepjes, alleen of in rijen? Werden de heuvels juist op hoge punten aangelegd of zit er een andere strategie achter? Dit soort vragen zal Quentin de komende jaren gaan beantwoorden. De tweede promovendus is Karsten Wentink die zich zal richten op de inhoud van de heuvels. Daarbij zal hij ook alle oude opgravingsgegevens van de Veluwe betrekken. Met de al aangetroffen crematieresten kan hij al aan de slag. De derde promovendus is Marieke Doorenbosch. Zij is biologe en is verantwoordelijk voor het maken van landschapsreconstructies. Aan de hand van de honderden pollenmonsters (stuifmeelkorrels) die genomen worden, zal zij na analyse kunnen vertellen hoe het landschap er uit zag tijdens het opwerpen van de diverse heuvels. Was de Veluwe toen ook begroeid met bomen? Wat voor soort bomen stonden daar dan? Welke gewassen werden in de omgeving verbouwd? Het grafheuvelproject in de gemeente Apeldoorn zal de archeologische wetenschap een flinke opdonder geven.
Meer informatie over de opgravingen van 2008 in Apeldoorn
|