Opgraving Apeldoorn dag 8: “Teken, teek, getekend”
door Fleur Jacques (studente archeologie)
De tweede week is alweer door de midden en alle werkzaamheden zijn nog in volle gang. Het is een prachtige omgeving om in te werken. Het zonnetje schijnt tussen het bladerdak door en er heerst totale rust, tot op zekere hoogte natuurlijk want André en de Graafmachine hoor je boven alles uit. De hele dag door heb je het gevoel dat er beestjes over je lijf kruipen, (natuurlijk zit dit tussen je oren) de angst voor teken is groot.
Op heuvel 1 zijn ze al bezig met vlak 8, terwijl ze op heuvel 3 pas op vlak 5 bezig zijn. Daar staat dan natuurlijk wel tegenover dat ze op heuvel 3 vandaag twee nieuwe concentraties met verbrand bot en sporen van een mogelijke intermediaire randstructuur hebben aangetroffen. Deze randstructuur ligt onder het heuvellichaam en wordt hierdoor afgedekt. Op heuvel 2 werd veel verbrand bot aangetroffen. De resten lagen dicht opeen, als een bundeltje. Bij de resten zitten zelfs stukken die aan bepaalde skeletelementen toegewezen kunnen worden. Zo zijn er duidelijk stukken van de schedel te herkennen. Tegenwoordig blijft er na cremeren weinig meer over dan een hoop as. Het cremeren van overledenen in de oudheid gebeurde in de buitenlucht in open vuur, waardoor diverse skeletonderdelen niet volledig verbrandden en dus soms nog herkenbaar zijn. Het gaat wel om kleine stukjes. We kregen verder bij de heuvels bezoek van de gemeentelijk ecoloog, Gert-Jan Blankena, die veel kennis heeft van het gebied, en met name veel kan vertellen over de vegetatie.
Ook bij de sleuven werd vandaag een productief programma gedraaid. Van de nog niet gedocumenteerde sleuven zijn vandaag vlakfoto’s gemaakt en in put 7 zijn enkele sporen gecoupeerd. Echt spannend werd het toen bij het aanleggen van put 14 een bijzonder spoor tevoorschijn kwam. Aan de rode kleur van de kuil te zien, is het spoor het resultaat van verbranding. Het spoor lijkt onder de moderpodzol (de bruine bovengrond) door te lopen, wat het tot een oud spoor zou maken. De stemming was opgetogen tot een opmerkzame Zeeuw de nachtmerrie van alle prehistorici inluidde met het aanwijzen van een pijpensteel. Optimistisch als archeologen wel moeten zijn houden we onszelf voor dat deze pijpensteel hier terecht kwam toen een man na een lange dag van arbeiders aansturen zijn pijpje rookte op een denkbeeldig bankje in het bos. Toen hij uit frustratie te hard in zijn pijp kneep, waardoor deze brak, stampvoette hij het steeltje in de aarde, waarna deze door een mol naar beneden werd gevoerd. De komende dagen zal er hopelijk meer duidelijkheid komen over deze kwestie.
Na een dag werken kwamen we aan bij onze fijne bungalows waar het kookteam van de dag zich haastte met het bereiden van een voedzame maaltijd, opdat we morgen weer vrolijk verder kunnen scheppen. Was geschreven, Fleur.
Meer informatie over de opgravingen van 2008 in Apeldoorn
|
Woensdag 16 juli 2008

|